Dag 48 – Finale Finish Fanfare

Na een zalig zachte warme nacht (waarbij de koekoek me in slaap zong, wat bijzonder ontroerend was omdat ik hem voor ’t eerst al in Exmoor hoorde en aldus mag de koekoek met recht vogel-van-de-reis genoemd worden) op een bedje van hoogpolig veenmos, vertrek ik bij het vroege ochtendlicht. Vroeg opstaan is deze reis nooit een straf geweest, vaak de mooiste licht-omstandigheden en de indrukwekkendste vogelconcerten voor mij alleen.

Ik heb zo’n kriebel in mijn buik. Alsof je weer vijf bent en voor het eerst beseft wat jarig-zijn betekent. Nee, geen bergen met kadootjes (gelukkig ook geen medaille of enge beker, foeilelijke dingen). Of toch wel, een heel land vol bergen. Trouwens, mij wacht het mooist denkbare kado daar aan de finish. Iemand die in je gelooft. Frank zal daar staan met een fles champagne en ik zal zingen, schreeuwen, huilen en daarna vast ook even stil zijn. Ik zal zo zielsblij zijn dat ik er eindelijk, na exact 1982 km, 48 dagen (waarvan 8 rust) zal zijn. En ‘er zijn’ betekent dat we vanaf nu weer samen zullen zijn, als dat geen kado is!

Dit alles zal gebeuren en daarom ren ik nu om vijf uur in de ochtend al met die allemachtige kriebel in mijn buik.

Hoewel eerst nog wel die 58 km gelopen dient te worden. En dat lijkt me nu vanochtend best veel, voor de 4e opeen volgende dag zo’n afstand afleggen. Maar vandaag blijkt alles anders. Alles gaat makkelijk, de zon helpt mee, de veldleeuwerikken en de wulpen begeleiden me, de kilometers glijden onder me weg. Vandaag is een feestdag. Zo’n dag waarvan er maar exact eentje in je leven is, aangezien ik niet nog eens naar John O’ Groats zal rennen. Niet omdat het de moeite niet waard was, integendeel, het is elke stap waard geweest, maar omdat ik het nu volbracht heb en supermooie dingen moet je niet perse willen herhalen. Want daar het bordje John O’ Groats. Het staat er echt, het bestaat! Toch even een paar kilometer door nog, naar het echte eind waar land weer zee wordt, Duncansby Head.

Dit – deze finale zonder gedrang, applaus of speakers – is oneindig veel mooier dan ik kon bedenken en ook dan ik in woorden vatten kan, want dit is echt, dit is dikke eeltlagen op voeten-zonder-blaren, dit is twee mensen die tranen lachen en een witte husky die niet weet waarover het gaat maar – voor de zekerheid en om erbij te horen – opgewonden om de baasjes heen springt. Het gevoel hier nu te zijn, aan de finish, dat gevoel blaast mijn borstkas uit, als een fanfare, deze optelsom van zeven weken is een lied vol hoge en lage tonen, is intense voldoening, opluchting ook dat ik heelhuids hier sta. Met de wetenschap dat de balans waarnaar ik zocht – in natuur en mens – alleen te vinden is (en hoe) in volle overgave, met geduld, toewijding en aandacht. In alle eenzaamheid, zonder pubiek of stopwatch. Dat ik die balans mocht proeven is de ware medaille, ook al is ‘ie niet zo glimmend tastbaar en raak ik hem gerust weer kwijt straks tussen winkels, mensen en op filewegen maar nu weet ik dat die balans steeds terug te halen zal zijn, oproepbaar is. Want de natuur is nooit ver weg.

Dit alles, het fanfare-gevoel van dit moment, deze finish, had ik nooit zo sterk gevoeld zonder alle moeite die erbij hoorde, zeg maar de padden op mijn pad.

Ik hef de fles vol bruisborreltjes. Allereerst op Frank, die mij de ruimte gaf opnieuw van een droom werkelijkheid te maken. Op alle bloglezers die trouw mijn woorden wilden lezen (en soms zelfs terugschreven) en zo een beetje mee en om me heen waren. Op Petra en haar Frank die me in Wales met een heuse koek-en-zopie verrasten. En tenslotte wil ik die overweldigende Britse natuur zelf bedanken voor alle stille uren samen, voor alle geheime slaapplekjes en voor alle te leren lessen.

Het bruist, vanbinnen en langs de Schotse noordoostkust. De zon staat laag maar donker wordt het hier nog lang niet, maar een paar uurtjes, zo tussen half twaalf en drie uur. Toch slaapt het heerlijk, tussen mijn vriendjes, de ene licht zilvergrijs en lief, de andere knalwit en lief. Er is alleen een klein probleem. Ik heb spierpijn. Van al het lachen. Blij zijn is best vermoeiend. Morgen eerst maar eens uitslapen (7 uur?) en dan in een dag of wat rustig naar huis tuffen. Over de weg, een andere reis, verplaatsing bedoeld om te arriveren. Ook mooi. Als je na die eerdere andere reis, waarbij verplaatsing boven alles bedoeld was om onderweg te zijn, oprecht blij kan zijn met het feit dat je een thuis hebt om naartoe terug te keren. Dat je die hele omweg nodig had om een beetje gehavender, een ietsje getaander en wellicht een tikkie wijzer, uiteindelijk met een diepe zucht in je bovenstebeste eigen bedje neer te ploffen.

Laat een reactie achter

Velden met een * zijn verplicht